Als zich urgente en/of zwaarwegende planologische belangen voordoen, wordt van de bevoegdheid tot intrekking van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen gebruik gemaakt direct na het verstrijken van een periode van 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning.
Als er geen sprake is van urgente en/of zwaarwegende belangen, dan wordt van deze bevoegdheid gebruikt gemaakt als er 2 jaren zijn verstreken na het onherroepelijk worden van de vergunning.
Onder “urgente en/of zwaarwegende planologische belangen” wordt in dit verband een situatie verstaan waarin voor het gebied waarin het vergunde object is geprojecteerd, een bestemmingsplan in voorbereiding is en het vergunde object dit toekomstig planologisch kader frustreert. Hierbij moet ten minste sprake zijn van een geldend voorbereidingsbesluit dan wel een ontwerpbestemmingsplan dat op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ter inzage is gelegd en gepubliceerd.
Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de termijn waarbinnen met de bouwwerkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt worden verruimd. De termijn bedraagt nooit meer dan 4 jaar na het onherroepelijk worden van de betreffende vergunning.
Artikel 1
Intrekkingsregels bij uitblijven aanvang bouwwerkzaamheden
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen