Naar hoofdinhoud
1.. Het maximale subsidiebedrag dat per aanvrager, met inachtneming van het tweede lid, op grond van deze subsidieregeling wordt verleend, bedraagt €3.000.000,- 2.. Per programmaonderdeel kan op grond van deze regeling maximaal het hieronder vermelde subsidiebedrag worden toegekend. Verbeteren Regionaal fietsnetwerk gemeentelijke infrastructuur: €3.000.000,- Verkenningen en realisatie snelfietsroutes: €1.000.000, - Quick wins: €125.000, - Uitbreiden fietsvoorzieningen op/bij OV-knooppunten: €500.000,- per locatie Voorzieningen last mile bij bedrijventerreinen: €100.000,- Monitoring en sturing (smart mobility): €25.000, - Kennisnetwerk fiets (en cycling for international business): €100.000, - Stimuleren (veilig) fietsgebruik: €100.000, - Verzilveren kansen 7,5-15km: €125.000, - 3.. Per programmaonderdeel gelden onderstaande subsidiepercentages: Verbeteren Regionaal fietsnetwerk gemeentelijke infrastructuur: 50% Verkenningen en realisatie snelfietsroutes: 65% Quick wins: 100% Uitbreiden fietsvoorzieningen op/bij OV-knooppunten: 100% Voorzieningen last mile bij bedrijventerreinen: 90% Monitoring en sturing (smart mobility): 90% Kennisnetwerk fiets (en cycling for international business): 90% Stimuleren (veilig) fietsgebruik: 100% Verzilveren kansen 7,5-15km: 90% 4.. Tot de subsidiabele kosten behoren: uitvoeringskosten ten behoeve van de realisatie van een infrastructureel werk of fietsvoorziening, uitgezonderd reguliere onderhoudswerkzaamheden aan deze infrastructuur of fietsvoorziening: studies voor het betrokken project; noodzakelijke verwerving van een onroerende zaak; vergunningen en leges; bouwrente, gebaseerd op het rentepeil van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; aanleg, bouw, wijziging of inrichting van infrastructuur of fietsvoorziening; met het project samenhangende schadevergoeding aan derden; de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd of gecompenseerd door het BTW-compensatiefonds; de eenmalige kosten voor het ontwerpen, ontwikkelen of aanschaffen en implementeren van een nieuwe dienst. de kosten voor het uitvoeren van een dienst op het gebied van voorlichting en educatie, voor zover deze niet worden gedekt door het heffen van entreegeld of een andere bijdrage. 5.. VAT-kosten zijn ook subsidiabele investeringskosten, met dien verstande dat de subsidie voor deze kosten maximaal 16% van de subsidiabele investeringskosten vermeld in artikel 7.4.a bedraagt. GS kunnen voor incidentele projecten besluiten tot een hoger percentage. 6.. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: onderhoudskosten aan infrastructuur; de kosten voor de onderdelen van de infrastructuur, fietsvoorziening of dienst die niet direct leiden tot het bereiken van de doelstellingen van het Realisatieplan Fiets.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel