Een initiatief wordt in beginsel positief gewaardeerd als:
er sprake is van herbestemming en transformatie van cultuurhistorische bebouwing, gericht op behoud van de cultuurhistorische waarden.
er sprake is van herstructurering en herbestemming binnen een bestaand bouwperceel, zonder toename bouwmassa;
Een initiatief dat niet voldoet aan de hierboven onder a en b genoemde typen, kan alsnog een positieve waardering krijgen als de kwalitatieve factoren in lijn liggen met het gemeentelijk volkshuisvestelijke beleid. Het gaat hierbij om de volgende situaties:
als een beoogde kavelsplitsing een maatschappelijk doel dient. Onder maatschappelijk doel wordt verstaan dat de ontwikkeling een gemeenschappelijk belang dient en niet alleen commercieel is ingestoken. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten op de beleidsambities benoemd in de woonvisie en er is aandacht voor cultuurhistorie, duurzaamheid, zorg en welzijn. Concreet kan het bijvoorbeeld gaan om bijv. alternatieve woonvormen of senioren.
in het geval van toename bouwmassa, er sprake is van transformatie, herstructurering en herbestemming van een bestaand bouwperceel en de toename een kwaliteitsverbetering beoogt.
in het geval van plannen tot en met 4 woningen, er woningen worden gerealiseerd conform de beleidsambities uit de woonvisie, betaalbare huurwoningen, woningen voor starters en senioren.
er uitbreiding beoogd wordt binnen bestaand stedelijk gebied en waar woningbouw een kwaliteitsverbetering betekent en de groene structuur van het dorp versterkt wordt.
in het geval van uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied, er een kwaliteitstoevoeging wordt gerealiseerd (zie artikel 2.2 lid 7), conform zorgplicht ruimtelijke kwaliteit uit Verordening ruimte 2014 en de structuurvisie cq Omgevingsvisie.
in het geval van uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied, er sprake is van een versterking van afronding / overgang tussen dorpskern en landelijk gebied.
in het geval van Ruimte-voor-Ruimtewoningen er milieurechten uit de markt worden genomen en/of stallen worden gesloopt, bij voorkeur op de eigen locatie, en anders binnen Reusel-De Mierden.
in het geval van splitsing van cultuurhistorisch waardevolle panden in het buitengebied, er sprake is van herstel conform historisch voorbeeld en er een landschappelijke bijdrage wordt geleverd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 4. Positieve beoordeling
Artikel 4. Positieve beoordeling
Onderdeel van Beleidsregels beoordeling woningbouwinitiatieven