Een immateriële schadevergoeding (smartengeld) wordt niet als vermogen in aanmerking genomen als deze minder bedraagt dan het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 onder a van de wet.
Van een immateriële schadevergoeding die meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 onder a van de wet wordt 2/3 van het meerdere boven dit vrij te laten vermogen in aanmerking genomen als vermogen.
Een eenmalige gift als bedoeld in artikel 31, lid 2, onder m, van de wet wordt in beginsel vrijgelaten, tenzij de gift op jaarbasis meer dan 1 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm of de tegenwaarde daarvan bij een gift in natura bedraagt, en niet verenigbaar is met de bijstand.
Een periodieke gift wordt aangemerkt als inkomen. Onder periodiek wordt in ieder geval verstaan: meer dan 2 keer voorkomend in een aaneengesloten periode van 12 maanden. De inkomsten worden verrekend nadat de belanghebbende er bij een eerdere constatering schriftelijk op is gewezen dat giften als inkomsten worden aangemerkt.
In afwijking van het bovenstaande wordt geen rekening gehouden met giften, die afkomstig zijn van een (private, publieke of kerkelijke) instelling, die als doel heeft: het ondersteunen van een individu door middel van een gift, al dan niet in natura, voor een periode van niet langer dan 3 maanden, en verenigbaar zijn met de bijstand.
Hoofdstuk 4
Artikel 12Vrijlating
schadevergoeding giften
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Rijswijk