Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 22

Voorbereidingsperiode

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Rijswijk

Een belanghebbende, die algemene bijstand of een uitkering op grond van de IOAW ontvangt, kan gedurende maximaal 12 maanden gebruik maken van een voorbereidingsperiode. Als de belanghebbende in verband met het voorbereidingstraject kosten moeten maken, kan daarvoor een voorbereidingskrediet van maximaal € 2.500 worden toegekend. Het voorbereidingskrediet heeft in eerste instantie de vorm van een renteloze lening. Als de belanghebbende na afsluiting van de voorbereidingsperiode met een bedrijf start, dan wordt de renteloze lening omgezet in een rentedragende lening. Daarbij wordt voor de hoogte van het rentepercentage aangesloten bij artikel 15 Bbz. Als de belanghebbende na de voorbereidingsperiode geen bedrijf start, en dit kan hem niet worden verweten, dan wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet.

Rechtspraak bij dit artikel