Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12 Vrijlating

schadevergoeding giften

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Rijswijk

Een immateriële schadevergoeding (smartengeld) wordt niet als vermogen in aanmerking genomen als deze minder bedraagt dan het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 onder a van de wet. Van een immateriële schadevergoeding die meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 onder a van de wet wordt 2/3 van het meerdere boven dit vrij te laten vermogen in aanmerking genomen als vermogen. Giften zoals bedoeld in artikel 31, lid 2, onder m, van de wet worden tot een bedrag van € 1800,00 per kalenderjaar vrijgelaten. Bij giften die boven de € 1800,00 per kalenderjaar uitkomen wordt het meerdere aangemerkt als inkomen en wordt dit verrekend met de uitkering. Voor de belanghebbende die gedurende het kalenderjaar een uitkering toegekend heeft gekregen, geldt de drempel van € 1800,00 voor de periode vanaf de toekenning tot en met 31 december van dat kalenderjaar. Met betrekking tot giften die onder de € 1800,00 per kalenderjaar uitkomen geldt er geen meldingsplicht. Voor de gift of giften die boven de € 1800,00 per kalenderjaar uitkomen geldt wel een meldingsplicht. In afwijking van het bovenstaande wordt geen rekening gehouden met giften, die afkomstig zijn van een (private, publieke of kerkelijke) instelling, die als doel heeft: het ondersteunen van een individu door middel van een gift, al dan niet in natura, voor een periode van niet langer dan 3 maanden, en verenigbaar zijn met de bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel