Aan de belanghebbende wordt algemene bijstand verstrekt als de belanghebbende:
18 jaar of ouder en alleenstaande ouder is in de zin van artikel 4, lid 1, van de wet; en
Een toeslagpartner heeft als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de Awir heeft; en
Zelfstandige woonruimte heeft en de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen met een andere meerderjarige.
De algemene bijstand is gelijk aan 20% van de gehuwdennorm en wordt in beginsel tot het einde van het lopende kalenderjaar toegekend.
De algemene bijstand wordt beëindigd na toekenning van de alleenstaande ouderkop of zodra het inkomen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus het maximale bedrag van de alleenstaande ouderkop.
Van de belanghebbende wordt verwacht dat hij al het mogelijke doet om in aanmerking te komen voor de alleenstaande ouderkop.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
bijstand voor alleenstaande ouderkop
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Rijswijk