Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vaststelling van de draagkracht wordt uitgegaan van de beslagvrije voet, waarbij géén rekening gehouden wordt met correcties op de beslagvrije voet en eventuele andere beslagen of inhoudingen. 2.. In afwijking van lid 1 bedraagt de beslagvrije voet, voor zover een belanghebbende aan te merken is als een kostendeler met een uitkeringsnorm ex artikel 22a PW, 95% van die norm. 3.. Het aanwezige vermogen wordt niet als draagkracht meegewogen in de vaststelling van de boete. 4.. In afwijking van lid 3 wordt het vermogen wel als draagkracht meegewogen in de vaststelling van de boete indien en voor zover er een direct verband is tussen het vermogen en de schending van de inlichtingenplicht. 5.. De boete wordt naar beneden afgerond op hele euro’s. 6.. De boete wordt in geval van een niet bijstandsgerechtigde belanghebbende ingevorderd door middel van een aflossingsregeling. 7.. Als er sprake is van een samenloop van een boete en een of meer vorderingen, wordt de boete bij voorrang afgelost.

Rechtspraak bij dit artikel