De verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet, als gevolg waarvan een beroep wordt gedaan op de Participatiewet, bedraagt 100% van de bijstandsnorm voor de duur van één maand.
Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, anders dan in lid 1, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm voor de duur van 10 maanden bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00;
20% van de bijstandsnorm voor de duur van 10 maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,00 tot € 10.000,00;
30% van de bijstandsnorm voor de duur van 10 maanden bij een benadelingsbedrag hoger dan € 10.000,00.
Indien toepassing van lid 3 van dit artikel tot gevolg heeft dat iemand over geen of te weinig middelen beschikt om de noodzakelijke kosten van het bestaan te betalen, dan kan bijstand worden verleend voor deze kosten in de vorm van een geldlening.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Dronten 2018