Een verlaging wordt toegepast op de uitkering of bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de kalendermaand volgend op de maand waarin de gedraging heeft plaatsgevonden.
Indien de uitkering over die periode reeds is uitbetaald, dan wordt de verlaging toegepast over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm.
Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een verlaging overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, voor zover de uitbetaling nog niet heeft plaatsgevonden.
In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt een verlaging opgelegd met ingang van de ingangsdatum van de uitkering als de maatregelwaardige gedraging heeft plaats gevonden in de periode tussen de aanvraag voor levensonderhoud en het besluit op die aanvraag.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Dronten 2018