Naar hoofdinhoud
1. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de duurzaamheid nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden: a. aan of nabij een rijksmonument; b. aan of nabij een gemeentelijk monument; c. in een beschermd stads- en dorpsgezicht. 2. Bij het opstellen van de nadere regels, zoals bedoeld in het eerste lid, vindt een afweging plaats tussen de monumentale waardenstelling en de te treffen voorzieningen. 3. De nadere regels, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kunnen onder andere inhouden: a. een vrijstelling van het verbod zoals opgenomen in artikel 14, eerste lid, of; b. een plicht tot het melden van handelingen zoals opgenomen in artikel 14, tweede lid. 4. Het is verboden om te handelen in strijd met de door het college vastgestelde nadere regels als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel