Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2 van deze verordening: te slopen of te verstoren, te verplaatsen, te beschadigen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; te wijzigen door in of nabij het gemeentelijke monument bouwwerken op te richten, te veranderen, te vergroten of te vervangen anders dan op grond van de planregeling van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. 2.. Lid 1 is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is, tenzij bij de werkzaamheden een monumentaal onderdeel wordt of dreigt te worden aangetast. 3.. Lid 2 onder a en b is alleen van toepassing onder de volgende voorwaarden: er is sprake is van een technische noodzaak voor het vervangen of herstellen van materiaal op beperkte schaal; aangetaste delen mogen worden vervangen of hersteld; de werkzaamheden dienen zonder hak- en breekwerk in het historisch casco te worden uitgevoerd. 4.. Werkzaamheden als bedoeld in lid 2 dienen te worden gemeld aan het bevoegd gezag. 5.. De in lid 1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg, de algemene uitgangspunten zoals neergelegd in artikel 4 en het bepaalde in het vigerende bestemmingsplan zich daartegen niet verzet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel