Naar hoofdinhoud

Artikel 2.1

Middel van vervoer

Onderdeel van Regeling reis- en verblijfskosten 2018

Uitgangspunt is dat een dienstreis in het algemeen wordt gemaakt door gebruikmaking van het openbaar vervoer. Indien, ter beoordeling aan de manager, gelet op de duur van de per openbaar vervoer te maken reis, de plaats van bestemming en/of het aanvangstijdstip van de bij te wonen bijeenkomst het niet mogelijk of inefficiënt is kan de medewerker voor de dienstreis gebruikmaken van het motorvoertuig. Bij het verlenen van de toestemming daarvoor dient mede in beschouwing te worden genomen de aansprakelijkheid van ons college als bedoeld in artikel 15:1:23 van de CAR-UWO. In de situatie als genoemd in het tweede lid wordt de medewerker een vergoeding per kilometer toegekend overeenkomstig het in artikel 2.2 lid 2 bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel