Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3.

Uitzonderingen voortvloeiende uit jurisprudentie

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Mook en Middelaar 2018

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 vordert het college een uitkering niet terug ter zake van betalingen die gedaan zijn, meer dan zes maanden na de ontvangst van een signaal waaruit het college had moeten afleiden dat ten onrechte of te veel wordt betaald. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan: informatie waaruit het college kan afleiden dat er sprake is van een fout, waardoor ten onrechte of te veel uitkering wordt betaald. Indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand omdat belanghebbende beschikte over in aanmerking te nemen vermogen, dan wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, het bedrag teruggevorderd waarmee de vermogensgrens is overschreden. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 ziet het college af van brutering indien: belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van een vordering omdat hij volledig aan de inlichtingenplicht heeft voldaan; of belanghebbende geen verwijt kan worden gemaakt dat hij de vordering niet binnen het kalenderjaar heeft voldaan, waaronder de situatie dat ter zake van de terugvordering een betalingsregeling is getroffen waaraan belanghebbende zich houdt; of de reden voor terugvordering in de loop van het kalenderjaar is ontstaan en het college heeft nagelaten belanghebbende hiervan tijdig in kennis te stellen, waardoor deze niet meer in staat is de vordering binnen het kalenderjaar terug te betalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel