**1..** Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn.
**2..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 4 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
**3..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
**4..** De inspreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**5..** De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
**6..** Lid 3 van dit artikel is niet van toepassing, indien de voorzitter besluit, eventueel na een voorstel van orde van een van de commissieleden, om de aanwezige burgers om een reactie te vragen naar aanleiding van de gevoerde discussie tussen de commissieleden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 15
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende raadscommissies Verordening op de raadscommissies Opmeer 2018