**1..** Het college kan een pgb toekennen aan de jeugdige, dan wel zijn ouders/ verzorgers, indien:
de jeugdige dan wel zijn ouders/verzorgers een ondersteuningsplan/familiegroepsplan hebben opgesteld, waarin onder ander benoemd is:
Dat individuele jeugdhulp nodig is;
Hoe het pgb besteed gaat worden;
Welke resultaten behaald gaan worden met het pgb;
de jeugdige dan wel zijn ouders/verzorgers in staat worden geacht tot een redelijke waardering van de belangen ter zake;
de jeugdige dan wel zijn ouders/verzorgers kunnen motiveren dat de door het college gecontracteerde individuele jeugdhulpvoorzieningen niet passend zijn;
de jeugdhulp die met het pgb wordt ingekocht volgens het college van voldoende kwaliteit is.
**2..** De jeugdige dan wel ouders/verzorgers worden geacht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake, als zij zelfstandig of met behulp van het netwerk, dan wel curator, bewindvoerder of gemachtigde:
a. duidelijk kunnen maken welke problemen worden ervaren en bij welke ondersteuning zij gebaat zouden zijn;
b. de taken, die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren.
**3..** De budgethouder of gemachtigde budgethouder mag niet tevens de zorgverlener van de jeugdige zijn, tenzij het om de ouder of verzorger van de jeugdige gaat.
**4..** Jeugdhulp geboden door professionele en specialistische jeugdhulpaanbieders moet om als jeugdhulp van voldoende kwaliteit beoordeeld te worden in ieder geval voldoen aan de eisen die de Jeugdwet aan de aanbieders van jeugdhulp in natura worden gesteld.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 10
Voorwaarden pgb
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Putten 2018