**5.1.** Er is sprake van woningen, of een speciale woonvorm, uitsluitend voor doelgroepen;
**5.2.** Er is sprake van een monumentaal, cultuurhistorisch waardevol, of karakteristiek pand, waarbij het aantal toe te voegen wooneenheden aantoonbaar noodzakelijk zijn voor het gebruik en/of instandhouding van het pand. De toe te voegen wooneenheden worden bij voorkeur binnen de bestaande omvang van het pand gerealiseerd;
**5.3.a.** Er is sprake van een bestaande bedrijfslocatie waarbij de bedrijfsactiviteiten worden of zijn beëindigd;
**5.3.b.** Er is sprake van een bestaande overige niet-woonfunctie, waarbij de activiteiten worden beëindigd;
**5.4.** Er is sprake van een leegstaande, of vrijkomende detailhandelslocatie buiten het kernwinkelgebied, of er is sprake van ‘wonen boven winkelpanden’ binnen het kernwinkelgebied;
**5.5.** Er is aantoonbaar sprake van een bovenregionaal, danwel grensoverschrijdend woningbouwinitiatief;
**5.6.** Er is aantoonbaar sprake van een creatief en vernieuwend woningbouwinitiatief waarvan er in de regio nog geen vergelijkbare concepten van zijn gebouwd en tenminste wordt voldaan aan de onderstaande criteria:
de woningen worden levensloopbestendig gebouwd;
de woningen worden gebouwd zonder gasaansluiting;
de woningen worden energieneutraal gebouwd;
**5.7.** Er is sprake van de bouw van semipermanente (tijdelijke) woningen, waar aantoonbaar een tijdelijke behoefte voor bestaat;
**5.8.** Er is sprake van een ontwikkeling waar aantoonbaar vraag is naar de te ontwikkelen woningen op basis van prijs, type woning, marktvraag, leegstand, bestaand aanbod en woningdifferentiatie. Dit artikel is niet van toepassing op verzoeken voor de bouw van ten hoogste twee woningen;
**5.9.** Artikel 5.1 tot en met 5.8 zijn uitsluitend van toepassing wanneer door initiatiefnemer is aangetoond dat:
er sprake is van een stedenbouwkundig aanvaardbaar plan;
de nieuwe woningen voorzien in een aantoonbare behoefte;
de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie;
een archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en wanneer eenmaal aangetroffen archeologische waarden blijkens rapportage van de archeologisch deskundige in voldoende mate zijn zeker gesteld;
een watertoets is uitgevoerd; hieronder wordt in ieder geval verstaan afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten van het ruimtelijk plan en besluiten, geconcretiseerd in termen van vasthouden, bergen en afvoeren van water, hierbij dient vooraf schriftelijk advies worden ingewonnen bij de waterbeheerder;
in geval van een Grondwaterbeschermingsgebied: de ontwikkeling uit het oogpunt van bescherming van de kwaliteit van het grondwater, aanvaardbaar is;
inzicht is verkregen in het voorkomen van inheemse planten en diersoorten die worden beschermd ingevolge de Wet natuurbescherming;
omliggende (agrarische) bedrijven en percelen mogen niet worden belemmerd in de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden;
er wordt voldaan aan de Nota Grondbeleid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 5.
Bepalingen waarbij er sprake is van het toevoegen van woningen
Onderdeel van Beleidsregels ‘nieuwe woningbouwverzoeken’