De inzet van een pgb vereist in ieder geval inzicht en verantwoordelijkheid op meerdere gebieden. Overwegende bezwaren zijn er als er een vermoeden is dat de belanghebbende als budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel kunnen zijn:
**a..** de belanghebbende handelingsonbekwaam is;
**b..** de belanghebbende als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie heeft;
**c..** er sprake van verslavingsproblematiek is;
**d..** er sprake van schuldenproblematiek is;
**e..** er eerder misbruik gemaakt is van het pgb;
**f..** eerder sprake is geweest van fraude;
**g..** de belanghebbende een zodanig progressief ziektebeeld heeft, waardoor te verwachten is dat de voorziening niet langdurig adequaat is, dan wordt de voorziening in natura verstrekt.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. Tot slot kan het college een persoonsgebonden budget weigeren:
**2..** indien aan de jeugdige of zijn ouders in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een persoonsgebonden budget is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget;
**3..** voor zover dit is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 2:
Artikel 8
Bekwaamheid van de aanvrager
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Elburg 2018