Naar hoofdinhoud
1.. De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96, eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is: voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie Raads- en commissieleden bepaalde; voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie Raads- en commissieleden bepaalde. 2.. Declaraties dienen voor de 5e van de volgende kalendermaand ingediend te zijn bij de griffier, zodat deze tijdig verwerkt kunnen worden. Bij declaratie dienen, als er sprake is van openbaar vervoer en/of verblijfskosten bewijsstukken te worden toegevoegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel