Om de ambities zoals benoemd in artikel 2 te realiseren wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet om alle Utrechtse leerlingen en jongeren op Utrechtse scholen goed voor te bereiden en een goede start te bezorgen op de arbeidsmarkt door middel van een goede schoolloopbaan.
De inzet van de subsidie is voornamelijk bedoeld om achterstanden in het onderwijs te bestrijden. Dit wordt gemeten op zowel inspanning als effect.
1. Inspanning: activiteiten worden gesubsidieerd om het beoogde effect te halen. Er wordt op meetbare inspanning gemonitord en afgerekend op kalenderjaar.
2. Effect: gebaseerd op de ambities in artikel 2 worden over een termijn van 4 jaar beoogde effecten vastgesteld. Bepalend hiervoor zijn, onder andere, gemeentelijke ambities, rijks ambities, gezamenlijke ambities en ervaring (gemeente en veld), de UOA, onderzoek, en de schooljaarcyclus van het onderwijs. We bekijken periodiek de beoogde effecten.
Uitzondering hierbij is VVE. Vanaf 2016 geven we samen met de schoolbesturen primair onderwijs vorm aan een pilot bij VVE op de MORE-aanpak: een meer opbrengstgerichte, reflexieve aanpak. We kijken daarbij naar de resultaten bij kinderen in relatie tot het beleid en de (kwaliteit van) uitvoering. Uitwisseling van informatie tussen partners OAB moet leiden tot het vergroten van de kennis van effectieve aanpakken.
De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan de monitor en bij inzet van VVE-subsidie aan de MORE-pilot. Per schooljaar monitoren we op voortgang en passen waar nodig beleid aan. Eenmaal per vier jaar wordt op beleidseffect gemonitord.
Artikel 3.
Hoe realiseren we het beoogde effect?
Onderdeel van BELEIDSREGEL ONDERWIJS GEMEENTE UTRECHT 2019 Goed onderwijs voor de Utrechtse jeugd