Naar hoofdinhoud
Ter informatie: Versterken van taal is een onderdeel van het Onderwijsachterstandenbeleid in Utrecht. 6.1.1. Beoogd(e) effect(en) Versterken van taal (hoofd-effect) OAB-doelgroepleerlingen in het basisonderwijs optimaal toerusten om hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs goed te kunnen vervolgen. Door middel van uitvoering van de betreffende afspraken en streefdoelen vastgelegd in : - ‘afspraken opbrengsten VVE’ (wet OKE) - het Utrechts Taalcurriculum UTC 1 en UTC 2 - de ambitie/monitorafspraken VVE - de Utrechtse Onderwijs Agenda a. Vroegschoolse educatie: - Het verminderen van achterstanden bij VVE doelgroep kleuters Door middel van: - Uitvoering van VVE in lijn met het Utrechts Kwaliteitskader Educatie van het Jonge Kind (UKK) en het Toezichtskader VVE van de Inspectie van het Onderwijs. - Uitvoering van de in oktober 2015 gemaakte afspraken rondom ‘de doorgaande lijn VVE’, in het bijzonder het gebruik van VVE-programma’s, kindvolgsysteem, (her)certificering VVE en professionalisering en samenwerking voor-vroegschool. - Uitvoering van de in januari 2015 vastgestelde afspraken rond Educatief Partnerschap met ouders (op VVE-scholen). - Uitvoering van de afspraken over de gewenste opbrengsten van VVE, die in oktober 2015 in het kader van de wet OKE voor de periode 2016-2020 zijn gemaakt tussen gemeente en schoolbesturen, inclusief de uitvoering van de MORE-aanpak (ook als pilot voor de hele aanpak Versterken van Taal). b. Schakelen groep 1 - 8 - Tenminste 95% van de OAB-doelgroepleerlingen haalt de normen van het Utrechts Taalcurriculum einde groep 8 door het gericht werken aan het verbeteren van hun taalprestaties. c. Leertijduitbreiding (LTU) De taal- en/of rekenprestaties van OAB doelgroepleerlingen zijn verbeterd. Een hogere doorstroom van OAB doelgroepleerlingen naar havo/vwo. d. (Overige/andere ) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB doelgroepleerlingen groep 1-8: Tenminste 95% van de OAB-doelgroepleerlingen haalt de normen van het Utrechts Taalcurriculum einde groep 8. e. Brede School Academie (BSA); en f. Zomerschool/taalstimulering in de vakantie periode: De beoogde effecten voor zowel e als f zijn: - De taal en/of de rekenprestaties van OAB doelgroep leerlingen met een taalachterstand en talentvolle leerlingen die onderpresteren op taal in PO en 1e klas VO zijn verbeterd. - Hogere doorstroom naar havo/vwo van OAB doelgroepleerlingen met een achterstand door betere leerprestaties. 6.1.2. Aanvullende eisen aan de aanvrager Voor deze subsidie komt/komen in aanmerking: • schoolbesturen Primair Onderwijs, zoals beschreven in artikel 4, met minimaal 1 school met 20%, of meer, gewichtenleerlingen. Het is toegestaan dat één schoolbestuur namens een ander(e) schoolbestuur/schoolbesturen, of namens scholen van een ander schoolbestuur (soms aangeduid als penvoerder) aanvraagt. Zie voor meer aanvullende criteria onder de desbetreffende activiteit. 6.1.3. Subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. De subsidiestaat wordt bekendgemaakt en is te vinden op de gemeentelijke subsidiepagina op internet. 6.1.4. Subsidiabele activiteiten en aanvullende eisen A. De aanvrager kan subsidie aanvragen voor de volgende subsidiabele activiteiten: Activiteit Aanvullende eisen 1. Vroegschoolse educatie: A. Dubbele bezetting op de vroegschool het realiseren van dubbele bezetting, een (extra) professional op de groep. Categorie 1: VVE-erkende scholen; zijnde scholen met ≥20% gewichtenleerlingen in de groepen 1 en 2 (gemiddeld genomen); wanneer alle kleutergroepen in scholen onder “Categorie 1” dubbel zijn bezet gedurende minimaal 10 uur per week mag de subsidie worden ingezet op: Categorie 2: alle scholen met <20% gewichtenleerlingen in de groepen 1 en 2 (gemiddeld genomen), maar met wel 20%, of meer, wanneer gewichtenleerlingen + VVE-doelgroepkleuters (in de groepen 1 en 2) worden opgeteld. Bij deze scholen is een dubbele bezetting van 10 uur per week gewenst; Overig: specifieke situatie. B.Professionalisering van professionals op de vroegschool De subsidie dient te worden ingezet voor professionalisering, het op peil brengen en houden van de professionaliteit van het personeel dat betrokken is bij VVE, zowel op het niveau van de professionals in de groepen 1 en 2, als het middenkader (onderbouwcoördinatie/begeleiding), als het management. Door middel van: Verplichte certificering voor professionals op VVE-(erkende) vroegscholen, (categorie 1) Verplichte adequate professionalisering voor professionals op andere scholen waar subsidie wordt ingezet op de groepen 1 en 2; (categorie 2 en overig), op te nemen in het jaarplan (scholingsplan) van de school. Overige vormen van professionalisering Educatie van het Jonge Kind. C. Educatief partnerschap met ouders voor VVE-scholenDeze subsidie kan alleen worden ingezet op VVE erkende scholen. De subsidie dient te worden ingezet voor: activiteiten om aan de beoogde effecten met betrekking tot educatief partnerschap met ouders in de vroegschool te werken (zie Toezichtskader VVE Inspectie van het Onderwijs; het UKK hoofdstuk 3 en het stedelijke Beleidsplan VVE en Educatief Partnerschap met Ouders (2015) en; deels voor de aanschaf van (VVE ouderprogramma) materiaal. Aanvullende eisen De (extra) professional moet VVE-gecertificeerd of daarvoor in opleiding zijn. Om invulling te geven aan de monitorafspraken zijn alle scholen in Utrecht verplicht bij instromende kleuters de deelname aan voorschoolse voorzieningen- waaronder deelname aan VVE ja/nee- te registreren in het leerling administratiesysteem; Scholen “categorie 1 en 2” werken mee aan de (monitor) afspraken zoals die tussen de partners VVE Utrecht zijn gemaakt en geaccordeerd in het najaar 2015: ‘Afspraken ambities opbrengsten VVE’. Aanvullende eisen De professionalisering is gericht op goede kwaliteit van de educatie aan het jonge (VVE) kind; de subsidie moet in de eerste plaats ingezet worden op de verplichte onderdelen; activiteiten vinden plaats in overeenstemming met de in Utrecht van toepassing zijnde kwaliteitsafspraken VVE. op elke school die subsidie ontvangt is een scholingsplan t.a.v. de onderbouw aanwezig. Aanvullende eisen De activiteiten moeten aansluiten bij de kwaliteitseisen van het Utrechtse Kwaliteitskader Educatie van het Jonge Kind (UKK), onderdeel ouders. 2. Schakelen gr. 1-8 (Overeenkomstig het advies van CPS in 2011) De subsidie is voor het realiseren van schakelgroepen door middel van: het inzetten van een extra leerkracht (zodat intensief taalonderwijs aan een kleinere groep leerlingen mogelijk is), en; voor de aanschaf en/of onderhoud van materiaal voor taalonderwijs en professionalisering van de leerkracht op het vlak van taalonderwijs (max 5% van het subsidiebedrag). Aanvullende eisen Een schakelgroep: betreft een groep van 8 tot maximaal 15 kinderen; draait parallel aan of binnen de stamgroep; draait minimaal 10 uur per week; kan worden ingericht voor kinderen van groep 1-8, waarbij uit het taalbeleid moet blijken dat sterk wordt ingezet op de onderbouw; wordt bezet door leerkrachten die tenminste bevoegd, maar bij voorkeur ervaren zijn op het vlak van taaldidactiek; het curriculum is afgestemd op het reguliere curriculum van de basisschool; hanteert een sluitend leerlingvolgsysteem; stimuleert de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leerproces van hun kinderen. Hierbij is de aanpak in lijn met de Utrechtse visie op dit thema. De selectie van kinderen voor schakelgroepen: bij de selectie van leerlingen vormt de taalachterstand het primaire probleem. selectie van de kinderen met een geconstateerde achterstand gebeurt op basis van objectieve toetsgegevens (zie toetskalender UTC en monitorafspraken, in principe leerlingen met geconstateerde achterstand); er mag geen sprake zijn van een algehele leerachterstand. Ook leerlingen waarbij sprake is van ernstige problemen van psychische of neurologische aard en/of leerlingen bij wie sprake is van ernstige gedragsproblemen, zijn uitgesloten van deelname aan de schakelgroep. gewichtenleerlingen zonder geconstateerde achterstand waarbij aannemelijk gemaakt kan worden dat zij kunnen profiteren van de schakelgroep (onderpresteerders) komen voor de schakelgroep in aanmerking; ouders van de leerling geven schriftelijk toestemming voor deelname van hun kind aan de schakelgroep. 3.Leertijduitbreiding (LTU) groep 3-8 voorminimaal 2 en maximaal 4 uur extra per week. Deze subsidie kan worden aangevraagd door: scholen met groepen met ≥20%, gewichtenleerlingen. Zij kunnen voor de gehele groep aanvragen; scholen met groepen met minder dan 20% gewichtenleerlingen. Zij kunnen voor een selecte groep (minimaal 8 leerlingen – combinatiegroep) aanvragen. Voor nieuwe leerlingen kan éénmalig een aanvullende subsidie worden aangevraagd. De subsidie is voor het realiseren van leertijduitbreiding door middel van: het realiseren van extra lesuren; professionalisering van leerkrachten die worden ingezet voor deleertijduitbreiding; activiteiten ter bevordering van het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kind. Aanvullende eisen Leertijduitbreiding: is een uitbreiding van 2, 3, 4 uur extra lesuren voor leerlingen uit de groepen 3 t/m8; wordt ingevuld met taal- en rekenactiviteiten; brede talentontwikkeling is deels mogelijk indien deze bijdraagt aan verbetering taal; wordt het hele jaar uitgevoerd; wordt gegeven door bevoegde leerkrachten; sluit aan bij het schoolcurriculum; is voor leerlingen met (een risico op) taalachterstand. stimuleert de betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en het leerproces van hun kinderen. Hierbij is de aanpak in lijn met de Utrechtse visie op dit thema. 4. Brede School Academie Brede School Academie (BSA); Schoolbesturen, vertegenwoordigd in de stuurgroep BSA, vragen per locatie subsidie aan voor de uitvoering van de Brede School Academie. De subsidie is voor het realiseren van Brede School Academie groepen PO en/of PO+ door middel van: Het aanbieden van extra lesuren op wijkniveau Het uitvoeren van het programma en het geven van lessen op basis van het vastgestelde beleidsplan •coördinatie: algemeen en per locatie;•huisvestingskosten met een maximum van €5.000 per groep Aanvullende eisen De Brede School Academie: is voor talentvolle (gewichten)leerlingen (zie artikel 1) met een taalachterstand uit groep 6, 7, 8 en brugklas voortgezet onderwijs; biedt een academische leeromgeving; heeft heldere en eenduidige selectiecriteria voor deelname aan de BSA; heeft 16 leerlingen per groep; toont de prestaties aan met een relevante toets, een nulmeting voor de start van de deelname aan de BSA en een eindmeting na afloop van deelname aan de BSA; sluit aan bij het reguliere onderwijs curriculum en de onderwijsvisie van de participerende school/scholen; hanteert een sluitend leerlingvolgsysteem en zorgt voor een (warme) overdracht naar de participerende scholen in het PO en VO; hanteert een helder beleid met betrekking tot ouderbetrokkenheid die past binnen de onderwijsvisie van de participerende school/scholen. 5.Zomerschool/taalstimulering in de vakantieperiode; De subsidie is voor het realiseren van een Zomerschool/taalstimulering in de vakantieperiode. De subsidie is bedoeld voor het voorkomen van een dip in de prestaties op taal en rekenen en/of voor voorbereiding overgang van PO naar VO en is een stimulans op taalontwikkeling in de schoolvakantie(s); door middel van: het aanbieden van extra uren taal/rekenen in de zomervakantie aan OAB-doelgroepleerlingen gericht op het behalen van de beoogde effecten; het aanbieden van een programma aan OAB-doelgroepleerlingen gericht op overgang naar het voortgezet onderwijs. Aanvullende eisen Taalstimulering in de vakantie: mag alleen plaatsvinden binnen de vakantieperiode; sluit aan op curriculum scholen; wordt gegeven door bevoegde leerkrachten; is voor leerlingen uit groep 1-8; is minimaal 1 maximaal 3 weken per jaar aanvullend op een schooljaar; en vindt zo veel mogelijk plaats in onderwijs-, welzijns- en andere gesubsidieerde accommodaties. Indien voor een specifieke activiteit hiervan wordt afgeweken dan dient dat te worden onderbouwd in de aanvraag. 6. (Overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen Deze subsidie is bestemd voor activiteiten die beogen de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen te verbeteren. Deze activiteiten moeten in ieder geval: rechtstreeks ten goede komen aan OAB-doelgroepleerlingen (in de vorm van contacturen); uitgevoerd worden in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een theoretische basis hebben waardoor aannemelijk is dat de taalresultaten van de OAB- doelgroep leerlingen erdoor zullen verbeteren; en met een redelijke verhouding van het voor de activiteiten benodigde budget ten opzichte van de daarmee te bedienen leerlingen staan. B. Verplichtingen bij de uitvoering van alle activiteiten a. Doelstellingen: De aanvrager conformeert zich aan de gemaakte en te maken afspraken over het behalen van de doelstellingen in de Utrechtse Onderwijs Agenda. b. Kwaliteitsafspraken: De school waarvoor wordt aangevraagd conformeert zich aan de kwaliteitsafspraken (tussen Gemeente en schoolbesturen) die in Utrecht aanvullend zijn gemaakt ten aanzien van de te onderscheiden activiteiten. c. De school conformeert zich aan de monitorafspraken die in Utrecht zijn gemaakt rondom VVE, de Utrechtse Onderwijs Agenda en in deze Beleidsregel. (zie ook art.3) C. Aanvullende informatie aan te leveren bij de aanvraag Alle aanvullende informatie voor onderstaande activiteiten dient te worden aangeleverd via het format Versterken van Taal. Activiteit Aanvullende informatie bij de aanvraag Het schoolbestuur geeft in de aanvraag aan: a) De algemene visie van het bestuur op het bestrijden van onderwijsachterstanden c.q. het bevorderen van onderwijskansen; b) Hoeveel subsidie zij voor dit beleid van het rijk ontvangt in het jaar waarin zij hiervoor subsidie bij de gemeente aanvraagt (gewichtenmiddelen en impulsgebiedenmiddelen, zie ook art. 4.2.iv); c) Wat deze visie betekent voor de inzet van deze rijksmiddelen; denk hierbij aan de verdeling van de middelen over de scholen en welk type activiteiten scholen hiervan (doorgaans) betalen; en d) Wat deze visie betekent voor de verdeling van de gemeentelijke OAB-subsidies over de scholen c.q. hoe vindt de verdeling van deze middelen plaats? (zie ook de uitwerking in de formats). Vroegschoolse educatie Een door het schoolbestuur ingevuld format VVE waarin wordt aangegeven: Welke scholen in 2017 (nog) VVE-school zijn en/of extra VVE subsidie ontvangen van hun schoolbestuur (i.c. welke scholen cat. 1 en cat. 2 school-zie bijlage bij format); Hoeveel subsidie (vanuit gewichtenmiddelen) door school/bestuur zelf (extra) worden ingezet Hoeveel gemeentelijke subsidie VVE wordt ingezet op welke scholen Hoeveel uren dubbele bezetting/c.q. extra fte hiermee worden gerealiseerd Hoeveel kinderen (VVE en gewichten) met de VVE subsidie worden bediend Hoe de subsidie voor professionalisering wordt ingezet. Hoe de subsidie voor educatief partnerschap met ouders wordt ingezet Een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school werkt volgens de gemaakte product- en kwaliteitsafspraken VVE en de aanvullende subsidie-eisen of hiervan beargumenteerd afwijkt (in dat laatste geval wordt een specifiek plan bijgeleverd bij de inhoudelijke aanvraag en rapportage) Schakelen gr. 1-8 Een overzicht: voor welke scholen het bestuur een schakelgroep aanvraagt; hoeveel leerlingen dit betreft (per schakelgroep en totaal); voor hoeveel leerlingen deelname aan de schakelgroep plaatsvindt op basis van geconstateerde achterstanden (scores die corresponderen met voorheen Citogroep D en E. Nu groep V en de onderste 5 % van IV). Per school het aangevraagde subsidiebedrag En een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school werkt volgens de gemaakte product- en kwaliteitsafspraken (advies CPS 2011) Leertijduitbreiding (LTU) Per school in te vullen format met een overzicht van: het aantal leerlingen waaraan LTU wordt gegeven. waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of LTU aan de gehele klas wordt gegeven, of aan een selecte groep. (Overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen Een opgave van het schoolbestuur gebaseerd op het jaarplan of een plan van de school: waarin kernachtig wordt aangegeven wat de activiteiten zijn die de school gaat uitvoeren; waaruit blijkt hoeveel OAB-doelgroepleerlingen en in welke groepen op deze school met deze activiteiten worden bediend; waarin wordt aangegeven hoeveel subsidie de school hiervoor zal ontvangen en aan welke activiteiten de school de middelen gaat besteden. Een verklaring van het schoolbestuur dat zij heeft vastgesteld dat de school deze activiteiten heeft uitgewerkt in het jaarplan of een (ander) plan van de school. Brede School Academie Een overzicht van: welke scholen betrokken zijn, en; het aantal te bereiken leerlingen, en daarvan het aantal gewichtenleerlingen; en helder in de begroting weer te geven hoeveel subsidie wordt ingezet voor: werkelijke personeelskosten; lesmateriaal; programmakosten huisvesting. Zomerschool/ taalstimulering in de vakantie periode Een overzicht van: welke scholen betrokken zijn het aantal te bereiken leerlingen; per school en daarbij aangegeven het aantal leerlingen met een geconstateerde achterstand; het totale programma voor de zomerschool en de taalstimuleringsaanpak; begroting met de werkelijke personeelskosten inclusief coördinatie, lesmateriaal 6.1.5. Beschikbare middelen en verdeelsleutels op jaarbasis Binnen het beschikbare subsidieplafond op de subsidiestaat stelt de gemeente prioriteiten. Voor de onderstaande activiteiten zijn daarom op jaarbasis maximaal de benoemde bedragen beschikbaar. Onderstaande bedragen op jaarbasis kunnen nog afwijken in verband met het teruglopen van de rijksmiddelen op het onderwijsachterstandenbeleid. De beleidsmatige en financiële implicaties hiervan zullen worden uitgewerkt door de gemeente met de betreffende partners. Activiteit Subsidieplafond op jaarbasis Zomerschool/taalstimulering in de vakantie periode in totaal is er op jaarbasis maximaal 200.000 euro voor deze activiteit beschikbaar. Brede School Academie PO en PO+ op jaarbasis maximaal 27.500 euro per BSA PO en op jaarbasis 25.000 euro per BSA PO+ groep, met een maximum van 25 groepen in de stad Utrecht. Vroegschoolse educatie: Dubbele bezetting op de vroegschool in totaal isop jaarbasis maximaal 934.000 euro beschikbaar voor deze activiteit. Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal 4- en 5-jarige gewichtenleerlingen van de aanvragers. Vroegschoolse educatie: Professionalisering van professionals op de vroegschool in totaal is er op jaarbasis maximaal 196.000 euro voor deze activiteit beschikbaar. Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal 4- en 5- jarige gewichtenleerlingen van de aanvragers. Vroegschoolse educatie: Educatief partnerschap met ouders voor VVE-scholen in totaal is erop jaarbasis maximaal 135.000 euro voor deze activiteit beschikbaar. Het subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van het aantal 4- en 5-jarige gewichtenleerlingen van de aanvragers. (Overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen. Schakelen groep 1 - 8 Leertijduitbreiding Naast de geoormerkte middelen voor vroegschoolse educatie, zomerschool/taalstimulering in de vakantieperiode en Brede School Academie, is op jaarbasis maximaal 2,535 mln. euro beschikbaar voor (overige/andere) activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB-doelgroepleerlingen (zoals vroegschoolse educatie, schakelen, leertijduitbreiding en/of andere dan deze genoemde activiteiten) Het subsidiebedrag op jaarbasis is samengesteld uit 800.000 euro (schakel/OAB-middelen) en 1.735.000 euro (leertijduitbreiding/OAB-middelen). Deze middelen worden als volgt over de aanvragers verdeeld: - op jaarbasis 800.000 euro: op basis van het aantal 6-jarige gewichtenleerlingen van de aanvragers; - op jaarbasis 1.735.000 euro: de verdeling is gelijk aan het beschikbare bedrag per aanvrager in 2017 op jaarbasis maximaal 25.000 euro per schakelklas, maximaal 5% van dit bedrag mag gebruikt worden voor materiaal. * Beschikbaar op jaarbasis is hetzelfde bedrag dat in 2017 is beschikt voor de scholen, die LTU toepassen. Het te verlenen subsidiebedrag wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel (zie format) Maximale bijdrage voor aantal uren uitbreiding in een jaar voor 2 uur Bedrag per leerling 382 euro Eenmalige bijdrage* 100 euro *alleen leerlingen, die voor het eerst leertijduitbreiding krijgen, bv. groep 3 Voor 3 uur 537 euro 125 euro Voor 4 uur 689 euro 145 euro voor kleine klassen (<15 leerlingen) kan extra worden aangevraagd: Extra 175 euro n.v.t. Overige/andere activiteiten ter verbetering van de taalprestaties van OAB doelgroepleerlingen. Op basis van de begroting die u met uw plan bijvoegt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel