Ruiming, bezorging van overblijfselen en as.
Van het voornemen van het college om een graf, urnengraf, urnennis of wandgraf te ruimen wordt gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming op een bij het te ruimen graf, urnengraf, urnennis of wandgraf te plaatsen bordje kennis gegeven, tenzij het adres van de rechthebbende aan hen bekend is. In dat geval stelt het college hem uiterlijk één jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis.
De bij ruiming nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats en de as wordt verstrooid op één van de daarvoor bestemde terreinen.
De rechthebbende op een eigen graf kan de beheerder gedurende een periode van één jaar na de in het eerste lid genoemde kennisgeving schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen begraven dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven of cremeren.
Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen de beheerder gedurende een periode van één jaar na de in het eerste lid genoemde kennisgeving schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen om deze elders opnieuw te doen begraven of cremeren.
Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een urnengraf of een urnennis kunnen de beheerder gedurende een periode van één jaar na de in het eerste lid genoemde kennisgeving schriftelijk verzoeken om hen de asbus danwel de urn ter beschikking te stellen voor bijzettingof verstrooiing elders.
De rechthebbende op een wandgraf kan de beheerder gedurende een periode van één jaar na de in het eerste lid genoemde kennisgeving schriftelijke verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze elders opnieuw te doen begraven of cremeren.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van VERORDENING op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats 2006