**1..** De maatregel wordt vastgesteld op:
tien procent (10%) van de WIJ-norm, conform artikel 3, gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent (20%) van de WIJ-norm, conform artikel 3, gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent (100%) van de WIJ-norm, conform artikel 3, gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** Het college kan, in afwijking van het eerste lid, sub a tot en met c, het percentage van de verlaging hoger of lager vaststellen, tot een minimum van vijf procent en een maximum van honderd procent, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende.
**3..** De duur van de verlaging als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de Jongere zich binnen twaalf maanden na een als verwijtbaar aangemerkte gedraging, opnieuw schuldig maakt aan een als verwijtbaar aangemerkte gedraging van dezelfde of hogere categorie.
**4..** In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
**5..** De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op een maand.
**6..** In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid..
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren