**1..** Zeer ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, jegens het college, zijn ambtenaren en in zijn opdracht werkende medewerkers worden onderscheiden in drie vormen:
Eerste vorm: verbaal geweld (schreeuwen, schelden); discriminatie;
Tweede vorm: intimidatie (uitoefenen van psychische druk); zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);
Derde vorm: mensgericht fysiek geweld; combinatie van agressievormen.
**2..** De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand.
**3..** Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
**4..** In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100 procent van de WIJ-norm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Artikel 14.
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren