**1..** De vergunning als bedoeld in artikel 2:17 wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
**2..** In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning als bedoeld in artikel 2:17 wordt in ieder geval vermeld:
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de leidinggevende(n);
indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of leidinggevende(n);
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of leidinggevende(n) gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten;
voor welke inrichting en bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd;
het adres en telefoonnummer van de inrichting;
het nummer van inschrijving van de inrichting in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin de inrichting wordt gevestigd.
**3..** De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.
**4..** Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen.
** 5. .** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 7A.
Artikel 2:18
Vergunningsaanvraag
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018