**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de in artikel 2:17 bedoelde vergunning weigeren:
indien niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:18 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
indien de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b en c en lid 2, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen.
indien de exploitant of de leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;
indien dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
indien naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van de inrichting nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
indien de vestiging of exploitatie strijd in strijd zijn met een geldend bestemmingsplan of de Wet milieubeheer.
in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 7A.
Artikel 2:20
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018