Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in artikel 2:31 weigeren indien:
niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:32 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is of zal zijn;
indien het een bedrijf betreft als bedoeld in artikel 2:29, onder a, de exploitant en de beheerder/leidinggevende niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b en c en lid 2, van de Drank- en Horecawet aan beheerder/leidinggevende gestelde eisen;
de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of beheerder/leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag het bedrijf een bedrijf of inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;
dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten;
naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van het bedrijf nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met een geldend bestemmingsplan of de Wet milieubeheer;
in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 7B.
Artikel 2:34
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018