Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:6

(Omgevings)vergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen. 2.. Het college kan categorieën van uitwegen aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid niet geldt. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Tevens geldt het bepaalde in het eerste lid niet indien het om een locatie gaat waarvan in een door het college vastgesteld definitief ontwerp de uitwegen (in- en uitritten) in zijn totaliteit zijn opgenomen. 4.. De vergunning kan worden geweigerd: In het belang van de verkeersveiligheid. In het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving. Ter bescherming van openbare groenvoorzieningen. In het belang van de veiligheid en het doelmatig gebruik van de weg.

Rechtspraak bij dit artikel