Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 10 minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
een onderwerp dat niet is geagendeerd.
Elke spreker krijgt bij het betreffende agendapunt voorafgaande aan de eerste spreektermijn van de commissieleden maximaal vijf minuten het woord. Voorafgaande aan de tweede spreektermijn van de commissieleden krijgt elke spreker maximaal drie minuten het woord.
Alle aangemelde insprekers kunnen per vergadering gezamenlijk gedurende maximaal vijftig minuten het woord voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zeven sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.