Naar hoofdinhoud
Onverminderd het bepaalde in artikel 74 van de wet wordt van de bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad en tot de competentie van de raad behorende ingekomen stukken (in de regel) zes wekelijks door de voorzitter van de raad een lijst opgesteld. Deze lijst wordt met een afdoeningvoorstel van de voorzitter van de raad via de griffier aan de leden van de raad toegezonden en voor een termijn van 7 dagen ter inzage gelegd. De lijst wordt na afloop van de termijn van terinzagelegging door de voorzitter van de raad vastgesteld, dan wel wordt er door hem een ander besluit genomen (beslissingsmandaat). Het gestelde onder de leden 1 en 2 is eveneens van toepassing ten aanzien van verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet dwangsom.

Rechtspraak bij dit artikel