**1..** De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de door de voorzitter van het centraal stembureau benoemd verklaarde kandidaat-raadsleden en de daarbij behorende stukken, alsmede de eventuele stukken die de raad heeft ontvangen met betrekking tot de toelating van deze kandidaten, conform artikel V4 Kieswet en artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 Gemeentewet.
**2..** De commissie adviseert de raad ten aanzien van de toelaatbaarheid van nieuwe leden van de raad.
**3..** De commissie onderzoekt conform artikel V4 van de Kieswet het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau en spreekt naar de raad een advies uit over de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezingen.
**4..** De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders en de daarbij behorende stukken en toetst of de kandidaat-wethouder voldoet aan de wettelijke vereisten, conform het gestelde in de artikelen 15 (lid 1 en lid 2), 35, 36a, 36b, 41b, 41c en 46 Gemeentewet.
**5..** De commissie adviseert de raad over de benoembaarheid van kandidaat-wethouders. Hierbij kan de commissie betrekken adviezen met betrekking tot de Gemeentewet artikel 36a lid 2 (ontheffing vereiste ingezetenschap).
**6..** In het geval dat de commissie moet beslissen inzake geschillen die met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen en de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
**7..** Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel of de stemming, dan wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Dit advies is openbaar tenzij het naar oordeel van de commissie in strijd is met het recht op privacy of anderszins op een onredelijke wijze de belangen van de kandidaat, de gemeente of derden schaadt.
**8..** De commissie kan uit eigen beweging advies uitbrengen aan het raadspresidium en de raad over onderwerpen die op haar werkterrein liggen.
Hoofdstuk II
Artikel 2:
bevoegdheden van de commissie
Onderdeel van Verordening op de commissie geloofsbrieven