Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 6

Artikel 100

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten wegen of weggedeelten aan te wijzen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, als bedoeld in bijlage 2, hoofdstuk II, artikel 5 van het Reglement betreffende het Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen, verder te noemen V.L.G. 2.. Het college van burgemeester en wethouders geeft van hun besluiten tot bedoelde aanwijzing kennis aan: de directeur-generaal voor het Vervoer; de directeur-generaal van de Rijkswaterstaat; de directeur van de Rijksverkeersinspectie; de E.V.O., Ondernemersorganisatie voor Logistiek en Transport; het Koninklijk Nederlands Vervoer (K.N.V.); Transport en Logistiek Nederland; het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; de colleges van burgemeester en wethouders van aan Haarlem grenzende gemeenten; de daarvoor in aanmerking komende bedrijven en instellingen in de gemeente. 3.. Het college van burgemeester en wethouders bevordert, waar dit naar hun oordeel voor de aanduiding van aangewezen routes wenselijk is, de plaatsing van het routebord gevaarlijke stoffen, model K-14 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. 4.. Het college van burgemeester en wethouders wordt aangewezen als de in bijlage 2, hoofdstuk II, artikel 5 van het V.L.G. bedoelde autoriteit, die bevoegd is tot het verlenen van schriftelijke ontheffingen. 5.. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen voor het afwijken van de op grond van het eerste lid aangewezen wegen of weggedeelten. Hij verleent deze ontheffing slechts op schriftelijke aanvraag, waarbij tenminste is vermeld ten behoeve van wie en naar welk adres het vervoer moet geschieden.

Rechtspraak bij dit artikel