**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** Het verbod geldt niet voor:
spandoeken, banieren, vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:
geen onderdeel zich minder dan 2, 2 meter boven dat gedeelte bevindt;
geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;
geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, niet zijnde afzetlaadbakken, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden en lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard. Het derde lid is hierop van toepassing.
evenementen als bedoeld in artikel 28;
terrassen als bedoeld in artikel 43;
standplaatsen als bedoeld in artikel 151
markten als bedoeld in artikel 160 onder h van de Gemeentewet en artikel 152 van deze verordening
**3..** Het is verboden op, aan,over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien;
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg, of
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**4..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast;
in het belang van de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;
in het belang van de openbare orde.
**5..** a. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.
De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
De weigeringsgrond van het vierde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken.
De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
**6..** Het college kan categorieën voorwerpen, stoffen of activiteiten, waarbij voorwerpen of stoffen op de weg worden geplaatst, aanwijzen waarvoor in afwijking van het eerste lid een meldingsplicht geldt.
**7..** Het college kan nadere regels verbinden aan de meldingsplicht uit het zesde lid.
**8..** Het college kan algemene regels opstellen voor categorieën voorwerpen, stoffen of activiteiten, waarbij voorwerpen of stoffen op de weg worden geplaatst, en waarvoor in afwijking van het eerste lid geen vergunningplicht geldt als aan deze algemene regels wordt voldaan.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 4
Artikel 14
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening