In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: elke al of niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, de mogelijkheid van nachtverblijf wordt verschaft aan tenminste zes al dan niet zelfstandig wonende personen, die niet behoren tot het gezin van de houder;
houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin de feitelijke leiding heeft.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 4
Artikel 60
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening