Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 6

Artikel 74G

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 74C geldende gedragseisen voor leidinggevenden. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een leefmilieuverordening. 3.. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting nadelig wordt beïnvloed. 4.. De vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de nadere regels van de burgemeester, als bedoeld in artikel 74D. 5.. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 6.. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van de inrichting in deze of in andere inrichtingen; de wijze van exploitatie van een inrichting in het verleden

Rechtspraak bij dit artikel