Onverminderd het bepaalde in artikel 5 kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien:
zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
is gehandeld in strijd met het bij of krachtens de artikelen 74A tot en met O bepaalde;
een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft;
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 6
Artikel 74J
Intrekkinggronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening