Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 88

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

Het is verboden binnen de gemeente één of meer dieren te houden die: gevaar of nadeel voor de gezondheid opleveren; voor derden schade, hinder, of overlast kunnen veroorzaken, of bij ontsnapping voor mens of dier gevaar kunnen opleveren. Het college kan een lijst met dergelijke dieren samenstellen. Het is verboden binnen de bebouwde kom één of meer dieren te houden op zodanige wijze of in zodanige getale dat daardoor naar het oordeel van het college hinder voor de omgeving dan wel schade voor de gezondheid of inbreuk op de zindelijkheid wordt veroorzaakt. Het college kan de rechthebbende ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Het is de rechthebbende op, of degene die het toezicht heeft over een hond verboden om de hond omwonenden te laten hinderen door aanhoudend blaffen of janken. De verbodsbepalingen in lid 1 en 2 gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Het college kan categorieën activiteiten dieren waarvoor in afwijking van de voorgaande leden een meldingsplicht geldt. Het college kan nadere regels verbinden aan de meldingsplicht uit het zesde lid.

Rechtspraak bij dit artikel