Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 75

Plakken en kladden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 124 is het verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende de weg of een onroerende zaak te bekrassen of te bekladden. 2.. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is: een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken of te laten aanplakken of op andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen: met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te laten aanbrengen rechtmatig aangebrachte aanplakbiljetten of andere geschriften, afbeeldingen of aanduidingen onleesbaar, onduidelijk of onzichtbaar te maken of te laten maken of te beschadigen of te laten beschadigen. 3.. Het is verboden buiten daartoe door het college aangewezen plakplaatsen aanplakbiljetten of andere geschriften als bedoeld in het tweede lid, onder a aan te brengen of te laten aanbrengen. 4.. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 5.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de plakplaatsen, welke geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel