Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 87

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond, ook op plaatsen als bedoeld in artikel 85, derde lid te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander: anders dan kort aangelijnd, nadat het college de eigenaar of de houder schriftelijk heeft medegedeeld dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat het college de eigenaar of de houder schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, indien deze hond behoort tot een door het college als gevaarlijk aangemerkt ras of tot een door het college als gevaarlijk aangemerkte soort, die door kruising is verkregen. 2.. In het eerste lid wordt verstaan onder: muilkorf: een muilkorf die voldoet aan het bepaalde in artikel 1 van de regeling muilkorven voor honden bij hondsdolheid; kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Regeling agressieve dieren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel