Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 5

Artikel 67

Begripsbepaling

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

a.. Wet: de Wet op de kansspelen b.. Speelgelegenheid: een inrichting als bedoeld in art 1 van de Drank en Horeca Wet waarin de mogelijkheid geboden wordt om enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren of waarvoor toegang moet worden betaald; c.. Speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder a van de Wet; d.. Speelplaats: de plaats bij een speelautomaat die bedoeld is voor de beoefening van een spel op een speelautomaat; e.. Behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder b van de Wet; f.. Kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30 onder c van de Wet; g.. Hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30 onder d van de Wet; h.. Laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30 onder e van de Wet; i.. Samengestelde inrichting: inrichting die bestaat uit verschillende ruimten en waarvan één deel van de ruimte als hoogdrempelig aangemerkt kan worden. Er moet dan wel sprake zijn van voldoende afscheiding van het laagdrempelige gedeelte en er moet voldaan worden aan bepaalde voorwaarden als bedoeld in artikel 30c onder 4; j.. Speelautomatenhal: inrichting als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid onder c van de Wet; k.. Ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een speelautomatenhal exploiteert; l.. Beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; m.. Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1A onder 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel