Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Bloemendaal 2018

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet; 2.. Onverminderd artikel 2,3,6, tweede en vijfde lid van de wet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. 3.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 4.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: Gezinsbegeleiding: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Fasehuis/kamertrainingscentrum: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Begeleiding ambulant (licht, middel en zwaar): uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Bij het inzetten van een persoon niet werkzaam voor een professionele zorgaanbieder wordt het pgb met 25% verlaagd. Dagbesteding (licht, middel en zwaar): uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Kortdurend verblijf (basis- en plusvoorziening): uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Huishoudelijke ondersteuning (alle voorzieningen, excl. begeleiding): uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Bij het inzetten van een persoon niet werkzaam voor een professionele zorgaanbieder wordt het pgb met 25% verlaagd. Huishoudelijke ondersteuning + begeleiding (alle voorzieningen): uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Bij het inzetten van een persoon niet werkzaam voor een professionele zorgaanbieder wordt het pgb met 25% verlaagd. Huishoudelijke ondersteuning intensief: uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief dat voor deze voorziening zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder. Rolstoelen: het pgb wordt vastgesteld op basis van de gekapitaliseerde tegenwaarde van de huurprijs, incl. onderhoud, reparatie en verzekering van de goedkoopst adequate voorziening zoals door de gemeente aan de leverancier wordt betaald over een periode van 6 jaar. Vervoersvoorzieningen: het pgb wordt vastgesteld op basis van de gekapitaliseerde tegenwaarde van de huurprijs, incl. onderhoud, reparatie en verzekering van de goedkoopst adequate voorziening zoals door de gemeente aan de leverancier wordt betaald over een periode van 6 jaar. Woonvoorzieningen: Het pgb wordt vastgesteld op basis van de door de aanvrager ingediende en door of vanwege het college geaccepteerde offerte. Het pgb in de kosten van onderhoud en keuring van stoelliften, (rolstoel)plateauliften, woonhuisliften en hefplateauliften wordt als volgt vastgesteld: Type lift beginkeuring Frequentie Periodieke keuring Frequentie Periodiek Onderhoud Stoellift Ja 1x per 4 jaar 1x per jaar (rolstoel)plateaulift Ja 1x per 4 jaar 1x per jaar Woonhuislift Ja 1x per 1,5 jaar 2x per jaar Hefplateaulift ja 1x per 1,5 jaar 2x per jaar Als keuringskosten worden aangemerkt de kosten voor de keuring door het Liftinstituut, alsmede de kosten van noodzakelijke assistentie door de onderhoudsfirma. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de kosten van onderhoud of reparatie is gelijk aan de werkelijke kosten. De eigenaar van een woning die een pgb van meer dan € 20.000 voor een onroerende woonvoorziening heeft ontvangen, welke voorziening leidt tot een toename van de waarde van de woning, is verplicht bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, de verkoop binnen 1 maand na passeren van de verkoopakte te melden. De kosten van de woonvoorziening, onder aftrek van het betaalde eigen aandeel, moeten worden terugbetaald volgens onderstaand schema: Percentage Moment van verkoop 100 Binnen 1 jaar 90 Na 1 jaar 80 Na 2 jaar 70 Na 3 jaar 60 Na 4 jaar 50 Na 5 jaar 40 Na 6 jaar 30 Na 7 jaar 20 Na 8 jaar 10 Na 9 jaar 0 Na 10 jaar

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel