Naar hoofdinhoud
1.. Aan raadsleden worden de, ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten, in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van het ambt van raadslid, vergoed. 2.. De vergoeding als bedoeld in het eerste lid is: voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 3.. De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed. 4.. De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel