De vaargeul in de Binnenhaven heeft een wisselende breedte en daarom moeten vaartuigen zodanig worden afgemeerd dat voor de doorvaart naar andere havengedeelten een doorvaartbreedte overblijft van 8 meter, gemeten tussen de kadastrale grenzen. De uitzondering hierop is de breedte ter hoogte van Nieuwlandsedijk 24. De doorvaartbreedte is daar 7 meter.