Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Doelgroep sociale koopwoning

Onderdeel van Verordening doelgroepen sociale woningbouw Kaag en Braassem 2018

1.. Als eerste doelgroep voor een sociale koopwoning worden starters aangemerkt met een door het college te bepalen, maximaal inkomen voorafgaand aan de peildatum. 2.. Na de doelgroep van het vorige lid wordt als tweede doelgroep voor een sociale koopwoning aangemerkt een huishouden die op het moment van de start van de inschrijfprocedure een door het college te bepalen, maximaal gezamenlijk inkomen voorafgaand aan de peildatum heeft, met als preferente doelgroep personen die een sociale huurwoning achterlaten in regio Holland-Rijnland. 3.. Indien verkoop aan een persoon als bedoeld in het tweede lid niet slaagt, geldt vervolgens als doelgroep voor een sociale koopwoning een huishouden die een zelfstandige huurwoning in regio Holland-Rijnland achterlaat, waarin hij minimaal een jaar woonachtig is geweest, en op het moment van de start van de inschrijfprocedure een door het college te bepalen, maximaal gezamenlijk inkomen voorafgaand aan de peildatum heeft. 4.. Indien verkoop aan een persoon als bedoeld in het derde lid niet slaagt, geldt vervolgens als doelgroep voor een sociale koopwoning een huishouden die op het moment van de start van de inschrijfprocedure een door het college te bepalen, maximaal gezamenlijk inkomen voorafgaand aan de peildatum heeft. 5.. Indien verkoop van de sociale koopwoning niet binnen de in de vorige leden gestelde termijnen lukt, dan is verkoop aan elk willekeurig persoon toegestaan, mits de woning gedurende een termijn van minimaal drie maanden via de gebruikelijke verkoopwijze is aangeboden. 6.. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden behoudt het college zich het recht voor aan de verkoop van een sociale koopwoning uitvoering te geven door middel van een loting, die plaatsvindt onder toezicht van een notaris

Rechtspraak bij dit artikel