Naar hoofdinhoud
Algemene uitgangspunten uitstelbeleid Houding van de invorderingsambtenaar tijdens behandeling verzoek om uitstel. Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek is toegewezen. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling. Bij toewijzing van het verzoek vermeldt de invorderingsambtenaar de voorwaarden waaronder hij uitstel van betaling verleent in de kennisgeving. Redenen afwijzing verzoek om uitstel. Een verzoek om uitstel van betaling wordt in ieder geval afgewezen als: de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onvoldoende is; onjuiste gegevens worden verstrekt; de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de invorderingsambtenaar daartoe gestelde termijn zijn verstrekt. Als de verstrekte gegevens onvolledig zijn, stelt de invorderingsambtenaar de schuldenaar in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken; de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld (verderop in deze leidraad); de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde geldsom te betalen; de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden; de betalingsregeling zich over een voor de invorderingsambtenaar onaanvaardbare termijn uitstrekt; de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de invorderingsambtenaar geen uitkomst zal bieden; sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een factuur in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen die factuur, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de factuur kon worden betaald. De invorderingsambtenaar is niet verplicht de schuldenaar in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten. Daarbij moeten alle afwijzingsgronden worden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond. Redenen beëindigen uitstel. Het uitstel wordt in ieder geval beëindigd als: niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend; tijdens de looptijd van het uitstel blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt; de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen; de financiële omstandigheden van de schuldenaar zodanig veranderen of zijn veranderd dat het naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onjuist is het uitstel te continueren; de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onvoldoende is; de invorderingsambtenaar van mening is dat de verhaalbaarheid van de schuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt; schuldenaar in staat van faillissement wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen. Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn. Als de schuldenaar een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar alvorens hij de regeling beëindigt, de schuldenaar in de gelegenheid stellen om alsnog binnen tien dagen de achterstand te voldoen. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel. Als de invorderingsambtenaar uitstel heeft verleend tot een bepaald tijdstip en dit tijdstip is verstreken, dan is daardoor het uitstel van rechtswege vervallen. Als het verzoek om uitstel van betaling schriftelijk is ingediend, stelt de invorderingsambtenaar de schuldenaar van het vervallen van het verleende uitstel schriftelijk op de hoogte onder opgaaf van reden. Geen invordering tijdens verleend uitstel. Tenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de invorderingsambtenaar voor een factuur waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd. Als de invorderingsambtenaar geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als het college van burgemeester en wethouders afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de kennisgeving. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan. Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van tien dagen niet. Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst. Zekerheid bij uitstel. De invorderingsambtenaar kan bij het verlenen van uitstel van betaling de voorwaarde stellen dat de schuldenaar of een derde zekerheid stelt. Bij het stellen van zekerheid gaat de voorkeur uit naar zekerheden die op eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, bewaakt en uitgewonnen. Tijdstip indiening verzoek om uitstel. De invorderingsambtenaar neemt een verzoek om uitstel van betaling altijd in behandeling, ongeacht het tijdstip van indiening en het stadium van de invordering. De invorderingsambtenaar wijst een verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen in het algemeen af als het verzoek is ingediend nadat aankondiging van een ten laste van de schuldenaar te houden executoriale verkoop heeft plaatsgevonden, of als publicatie daarvan niet meer is te voorkomen. Om de belangen van de gemeente niet te schaden, kan de invorderingsambtenaar de beslissing op een vlak voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om uitstel mondeling bekend maken. De invorderingsambtenaar bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt uiteraard niet de termijn van tien dagen waarbinnen de invorderingsambtenaar de invordering niet mag aanvangen of voortzetten. De invorderingsambtenaar willigt geen enkel verzoek om uitstel meer in als de gerechtsdeurwaarder is begonnen met de executoriale verkoop. Uitstel in verband met bezwaar tegen een factuur De schuldenaar kan bezwaren tegen de hoogte van een factuur door middel van een bezwaarschrift kenbaar maken. Een in verband daarmee gevraagd uitstel van betaling kan de invorderingsambtenaar verlenen tot het moment waarop de gemeente uitspraak op het bezwaarschrift doet. Het in deze leidraad beschreven uitstelbeleid heeft uitsluitend betrekking op het door de schuldenaar bestreden deel van de factuur waarvoor uitstel is verzocht. Bezwaarschrift geldt niet als verzoek om uitstel. Een gemotiveerd bezwaarschrift, geldt niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet de schuldenaar dus een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de invorderingsambtenaar. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift. Als de schuldenaar een verzoek om uitstel indient bij de invorderingsambtenaar in verband met een bezwaarschrift tegen de factuur dan moet hij in het verzoek het bestreden bedrag van de factuur en de berekening van dat bedrag vermelden. Nadere gegevens. De invorderingsambtenaar kan aan de schuldenaar nadere gegevens vragen ter bepaling van de hoogte van het bestreden bedrag. De invorderingsambtenaar geeft de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand vanaf de dagtekening van zijn verzoek om nadere gegevens. De invordering wordt voor die termijn geschorst. Een langere termijn (of verlenging van de eerder gegeven termijn) is mogelijk als de invorderingsambtenaar van oordeel is dat dit redelijk is. Als de schuldenaar de verleende termijn ongebruikt voorbij laat gaan, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek om uitstel af. Hetgeen in dit artikel is vermeld is van overeenkomstige toepassing op een uitdrukkelijk verzoek om uitstel van betaling opgenomen in het bezwaarschrift zelf. Ook is hetgeen in dit artikel is vermeld van overeenkomstige toepassing op een door de schuldenaar bij de invorderingsambtenaar ingediend verzoek om uitstel in verband met een op korte termijn in te dienen bezwaarschrift. In dit laatste geval licht de invorderingsambtenaar de gemeente daaromtrent in en wordt het verzoek tevens aangemerkt als een pro-forma bezwaarschrift. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling. In het algemeen wijst de invorderingsambtenaar een verzoek om uitstel van betaling in verband met een bezwaarschrift toe als aan de hiervoor gestelde eisen is voldaan. De invorderingsambtenaar kan aan het uitstel voorwaarden verbinden. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het bestreden bedrag. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar. Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de invorderingsambtenaar zekerheid verlangen voor de bestreden schuld. In beginsel vraagt de invorderingsambtenaar alleen zekerheid als de aard van de schuld dan wel de omvang van de schuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de invorderingsambtenaar bekend zijn, daartoe aanleiding geeft. Daarnaast houdt de invorderingsambtenaar bij zijn beslissing rekening met het betalingsgedrag van de schuldenaar. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden schuld. Zolang de factuur waartegen een bezwaarschrift is ingediend niet onherroepelijk vaststaat, treft de invorderingsambtenaar voor de betwiste schuld in beginsel geen onherroepelijke invorderingsmaatregelen. Als echter aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente of de belangen van de schuldenaar door het achterwege laten van onherroepelijke invorderingsmaatregelen worden geschaad, dan kan de invorderingsambtenaar die maatregelen wel treffen. Het leggen van beslag dat feitelijk dienst doet als een bewaringsmaatregel geldt niet als een onherroepelijke invorderingsmaatregel. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar. Als de invorderingsambtenaar uitstel heeft verleend, blijft verrekening van het bestreden bedrag met een teruggaaf op een andere factuur of andere uit te betalen bedragen achterwege, in afwachting van de uitspraak op het bezwaarschrift. Hiervan kan worden afgeweken als de financiële situatie van de schuldenaar zodanig is – bijvoorbeeld gelet op de solvabiliteit van diens onderneming in relatie tot de hoogte van de (bestreden) schuld – dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat en verder niet voldoende zekerheid is gesteld. Als de invorderingsambtenaar overgaat tot verrekening, licht hij de schuldenaar in bij de bekendmaking van de beschikking omtrent zijn beweegredenen. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel. Als de invorderingsambtenaar bij het verlenen van het uitstel geen nadere voorwaarden heeft gesteld, kan hij uiterlijk binnen vier maanden vanaf de datum dat het uitstel is verleend voor het ingediende bezwaarschrift schriftelijk aan de schuldenaar nadere voorwaarden stellen. Hierbij kijkt de invorderingsambtenaar of de looptijd voor het afdoen van het bezwaarschrift in relatie tot de hoogte van het bestreden bedrag van de factuur daartoe aanleiding geeft. Voor de beoordeling of hij zekerheid verlangt voor de bestreden schuld, past de invorderingsambtenaar de in deze leidraad opgenomen voorwaarden toe. Indien de schuldenaar tijdig voldoet aan deze voorwaarden, continueert de invorderingsambtenaar het uitstel. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel in als de schuldenaar niet aan deze voorwaarden voldoet. Geen uitstel voor het niet-bestreden bedrag. Als sprake is van een bestreden en niet-bestreden bedrag van een factuur, dan verleent de invorderingsambtenaar uitstel onder de opschortende voorwaarde dat het niet-bestreden bedrag per omgaande dan wel tijdig wordt betaald. Als niet per omgaande dan wel niet tijdig wordt betaald, wordt de invordering zonder nadere aankondiging voor het gehele factuurbedrag aangevangen dan wel voortgezet. Een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende factuur in verband met bezwaar neemt de invorderingsambtenaar pas in behandeling als het niet-bestreden gedeelte van het factuurbedrag is voldaan. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de factuur. De invorderingsambtenaar trekt het uitstel van betaling in, als dit is verleend in verband met bezwaar voor het volledige bedrag van de factuur en later blijkt dat het bezwaar slechts betrekking heeft op een gedeelte van dat bedrag. De invorderingsambtenaar deelt daarbij mee dat hij een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende factuur in verband met bezwaar pas in behandeling neemt, als het niet-bestreden gedeelte van het factuurbedrag tijdig is voldaan. Uitstel in verband met betalingsproblemen Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen. Als de schuldenaar de factuur – geheel of gedeeltelijk – niet binnen de betalingstermijn kan voldoen, kan de invorderingsambtenaar aan de schuldenaar op diens verzoek een betalingsregeling toestaan. De invorderingsambtenaar kan daarbij voorwaarden stellen. Bij de beoordeling van het verzoek om uitstel spelen niet alleen de omstandigheden van dat moment een rol. Als de schuldenaar in het verleden bijvoorbeeld niet heeft gereserveerd voor redelijkerwijs voorzienbare schulden of nalatig is geweest bij het doen van betalingen, kan dit een rol spelen bij het toestaan en verlengen van een betalingsregeling of bij het stellen van voorwaarden bij een betalingsregeling. De invorderingsambtenaar zal een betalingsregeling in ieder geval niet toestaan als de betalingsproblemen zijn terug te voeren op structurele problemen of activiteiten die geen perspectief bieden. Verrekening tijdens een betalingsregeling. Tijdens een betalingsregeling verrekent de invorderingsambtenaar teruggaven met een openstaande factuur. Als daar aanleiding toe is, kan de invorderingsambtenaar afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance. Faillissementsschulden en geldvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is, moet de invorderingsambtenaar op de gebruikelijke wijze bij de curator dan wel de bewindvoerder aanmelden. Voor deze schulden treft de invorderingsambtenaar geen betalingsregeling. Zo lang onzeker is of alle boedelschulden uit de boedel kunnen worden voldaan, kan de invorderingsambtenaar voor de betaling daarvan uitstel verlenen. De invorderingsambtenaar kan ook tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor facturen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling niet van toepassing is. Betalingsregeling voor particulieren Duur betalingsregeling particulieren. De invorderingsambtenaar verleent de schuldenaar uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste zes maanden, gerekend vanaf de vervaldag van de factuur. Slechts als er volgens de invorderingsambtenaar bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de schuldenaar een langere termijn gunnen dan zes maanden. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren. De invorderingsambtenaar kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden. In ieder geval stelt de invorderingsambtenaar aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de invorderingsambtenaar is opgedragen – tijdig worden nagekomen. De invorderingsambtenaar kan echter op verzoek van de schuldenaar toestaan dat nieuwe facturen, waarvan het ontstaan of onbetaald laten niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend, in een bestaande betalingsregeling worden opgenomen. Voorwaarde is dat de schuldenaar zijn gehele betalingscapaciteit al heeft ingezet in het kader van de bestaande betalingsregeling. De invorderingsambtenaar kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Ook het betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid. Voorwaarden: De totale openstaande schuld van de schuldenaar bedraagt minder dan € 5.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een schuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift is verleend. Aan de schuldenaar is niet voor andere factuur uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen verleend. De schuldenaar heeft geen factuur openstaan waarvoor de invordering is overgedragen aan het incassobureau / gerechtsdeurwaarder. Zo nodig gaat de invorderingsambtenaar aan de hand van de daartoe door de verzoeker verstrekte gegevens over tot de berekening van de betalingscapaciteit en de beoordeling van de vermogenspositie. Voor de berekening van de betalingscapaciteit vraagt de invorderingsambtenaar zo nodig nadere gegevens bij de verzoeker op. Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de invorderingsambtenaar uit van de begrippen en normen die gelden bij uitstelbeleid zoals geregeld in de leidraad invordering gemeentelijke belastingen. Betalingsregeling voor ondernemers Duur betalingsregeling ondernemers. Een betalingsregeling moet een zo kort mogelijke periode beslaan. Bij het vaststellen van de duur van de betalingsregeling houdt de invorderingsambtenaar rekening met de omstandigheden, bijvoorbeeld de aard en de omvang van de schuld, de liquiditeits- en de vermogenspositie van de onderneming en het betalingsgedrag in het verleden. De betalingsregeling zal in elk geval een looptijd van zes maanden niet te boven gaan, gerekend vanaf de vervaldag van de factuur. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers. Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de invorderingsambtenaar de voorwaarde dat de schuldenaar nieuw opkomende financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de invorderingsambtenaar is opgedragen – bijhoudt. Bovendien stelt de invorderingsambtenaar de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld. De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers. Als een ondernemer door een oorzaak die buiten zijn invloed ligt in tijdelijke liquiditeitsproblemen is gekomen, kan de invorderingsambtenaar desgevraagd uitstel voor een langere periode verlenen of zonder dat voor het volledige bedrag zekerheid is gesteld. Daartoe moet de ondernemer aan de hand van een door een derde deskundige opgestelde verklaring het voor de invorderingsambtenaar aannemelijk maken dat: het gaat om werkelijk bestaande betalingsproblemen; die betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn; die betalingsproblemen vóór een bepaald tijdstip zullen worden opgelost; en dat er sprake is van een levensvatbare onderneming. De invorderingsambtenaar kan bij het verlenen van dit uitstel nadere voorwaarden stellen. Om bij onvoorziene tegenslagen de mogelijke verliezen voor de gemeente te beperken, wordt zoveel als mogelijk is door de invorderingsambtenaar zekerheid verlangd. De zekerheid kan ook omvatten een beslag. Verklaring derde deskundige. De verklaring van de derde deskundige bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, gaat in op de aannemelijkheid van de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming, de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand en geeft blijk van de waarneming van de aan dat oordeel ten grondslag liggende feiten en omstandigheden door de deskundige. Aan de derde deskundige worden geen formele eisen gesteld. Het kan bijvoorbeeld gaan om een externe consultant, een externe financier, een brancheorganisatie of de (huis)accountant. De invorderingsambtenaar kan aan de verklaring van de derde deskundige ook eisen stellen. Voorwaarden aan betalingsregeling ondernemers. De voorwaarden die aan de invorderingsambtenaar stelt aan dit uitstel zijn: De totale openstaande schuld van de schuldenaar bedraagt minder dan € 5.000. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een schuld waarvoor uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift is verleend. Aan de schuldenaar is niet voor andere factuur uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen verleend. De schuldenaar heeft geen factuur openstaan waarvoor de invordering is overgedragen aan het incassobureau / gerechtsdeurwaarder. Administratief beroep Toetsing uitstelbeschikking door het college van burgemeester en wethouders. Als de invorderingsambtenaar een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel afwijst of een verleend uitstel beëindigt, kan de schuldenaar daartegen administratief beroep instellen bij het college van burgemeester en wethouders. De schuldenaar moet het beroepschrift indienen bij de invorderingsambtenaar die de beslissing heeft genomen. Gedurende de behandeling van het beroepschrift handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek om uitstel is toegewezen. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan hij ondanks de behandeling van het beroep wel invorderingsmaatregelen treffen. Beslissing van het college van burgemeester en wethouders op beroepschrift bij uitstel. In alle gevallen waarin het college van burgemeester en wethouders het beroep gegrond oordeelt, kan het college de zaak inhoudelijk afdoen, hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder verbetering of vervanging van de gronden.

Rechtspraak bij dit artikel