Naar hoofdinhoud
Algemeen. Op elk factuur wordt de betalingstermijn aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de schuldenaar de factuur hebben betaald. Dagtekening factuur. De dagtekening van de factuur wordt normaliter zodanig bepaald dat de schuldenaar de factuur enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Als de betalingstermijn van een factuur is gesteld op één maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van de factuur valt op 31 oktober, de betalingstermijn van één maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken vervalt op 12 december. Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april. Als de dagtekening van de factuur valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) op de dag die hetzelfde nummer heeft als dat van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, vervalt de termijn dus op 15 april. Is de betalingstermijn zes weken en is de dagtekening 15 maart, vervalt de termijn op 26 april. Versnelde invordering. Als de invorderingsambtenaar concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de schuld, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen. Als de invorderingsambtenaar het in een specifiek geval noodzakelijk acht tot versnelde invordering over te gaan, dan overlegt hij met de gerechtsdeurwaarder voor het uitvoeren van de dwanginvorderingsprocedure. Het betreft hier uitzonderlijke situaties, zoals vrees voor verduistering; het metterwoon verlaten van Nederland; geen vaste woonplaats in Nederland hebben; beslaglegging en verkoop namens derden.

Rechtspraak bij dit artikel