**1..** De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.
**2..** De voorzitter en de leden van de commissie worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
**3..** Het college benoemt een plaatsvervangend voorzitter. Waar in deze verordening over voorzitter wordt gesproken, wordt tevens plaatsvervangend voorzitter bedoeld.
**4..** Bij de benoeming van de voorzitter en leden wordt met behoud van de kwalitatieve afweging, gestreefd naar een afspiegeling van de samenleving.
Hoofdstuk 2
Artikel 3