**1..** Indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
**2..** Indien een lid van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij artikel 16 van dit reglement van toepassing is. De leden stemmen met de woorden ‘voor’ of ‘tegen’, zonder enige bijvoeging.
**3..** Geen van de leden onthoudt zich van stemming, anders dan in de gevallen van artikel 58 van de Gemeentewet. De reden van onthouding wordt in het verslag aangetekend.
**4..** De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
**5..** Ieder lid dat zich tegen een voorstel heeft uitgesproken, kan verlangen dat daarvan aantekening wordt gemaakt in het verslag als bedoeld in artikel 13 of artikel 14, derde lid van dit reglement.
**6..** De aantekeningen als bedoeld in het derde en vijfde lid delen in de openbaarheidsstatus van het besluit waar zij betrekking op hebben. Van openbaarmaking van de tegenstem kan niettemin worden afgezien als daardoor sprake is van onevenredige benadeling van het betreffende collegelid, van de gemeente of van andere bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke of rechtspersonen.
Hoofdstuk
Artikel 16
Stemming algemeen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college van burgemeester en wethouders 2018