Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Belangenverstrengeling

Onderdeel van Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Enschede 2014

1.. Een politiek ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen. Deze opgave is openbaar. 2.. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politiek ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3.. Een oud-politiek ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 4.. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politiek ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. 5.. Een politiek ambtsdrager die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de stemming over de betreffende opdracht. 6.. Een politiek ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. 7.. Een politiek ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. 8.. Een politiek ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en qualitate qua-nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden vervuld, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn. 9.. Een politiek ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit qualitate qua-nevenfuncties, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. 10.. Van een politiek ambtsdrager die het ambt voltijds uitoefent worden de inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties verrekend, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

Rechtspraak bij dit artikel