Naar hoofdinhoud

DEEL III › Paragraaf 2

Artikel 66

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Druten 2018

1.. Over geagendeerde onderwerpen kunnen aanwezige burgers bij de aanvang van de behandeling van het betreffende agendapunt het woord voeren. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; lijst met toezeggingen; onderwerpen die niet op de agenda staan. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 16.00 uur aan de griffier onder vermelding van onderwerp, naam, adres en telefoonnummer. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan het rondetafelgesprek toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6.. De voorzitter, een raads- of burgerlid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 7.. Per agendapunt krijgt elke spreker maximaal vijf minuten het woord, ongeacht of men inspreekt namens meerdere personen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel